Africhting:

Speuren:  

Speuren is het onderdeel van onze africhtingssport welke het meest bij de natuur ligt. Het geweldige reukvermogen van een hond zorgt ervoor dat deze in staat is om voor de mens niet waarneembare geuren te ruiken en te volgen. Hetgeen wat de hond geleerd krijgt is het uitwerken van een spoor dat door een persoon is uitgelegd en dat een bepaalde tijd ligt. Op dit spoor moet de hond een x-aantal voorwerpen vinden. Naar gelang de vorderingen van de hond wordt een spoor groter en moet het spoor langer liggen alvorens dit wordt uitgewerkt.
Er wordt verwacht van de hond dat deze met een "diepe neus" speurt, oftewel dat de neus zo dicht mogelijk bij de grond is tijdens het uitwerken van het spoor. Indien de hond bij de voorwerpen aankomt moeten deze verwezen worden. Dit kan zijn door bij het voorwerp te gaan zitten, liggen of te blijven staan. Ook is het toegestaan om de voorwerpen te apporteren.
Deze laatste manier van verwijzen is echter minder populair daar dit een extra oefening (het apporteren van het voorwerp) met zich meebrengt. De meeste honden zullen de voorwerpen verwijzen door "af te gaan".
 

Het speuren kan op diverse ondergrond gebeuren. Zo wordt er gespeurd op graslanden en op akker. Belangrijk is dat beide ondergronden getraind worden, zeker als men op hoog nivo mee wilt komen binnen de sport.
Binnen de VDH bestaat de mogelijkheid om op drie verschillende nivos binnen het VH-programma te speuren. Ook bestaat de mogelijkheid om dit verder uit te breiden tot speurhond.
 
 
 

Appèl:                

 
Appèl is het onderdeel van onze africhtingssport waarbij de geleider samen met zijn hond één team vormt. Tevens is appèl een steeds belangrijker onderdeel aan het worden. Het is tegenwoordig een feit dat alle honden, en zeker de grotere rassen, onder appèl moeten staan. Het wordt dus ook steeds belangrijker om de hond onder appèl te hebben.
Toch is het appèl gedeelte totaal niet natuurlijk voor een hond. In het wild kent een hond geen commando's en toch is de Duitse Herder heel goed af te richten op het appèl gedeelte. Tevens is dit een bewijs van de werkcapaciteiten en inteligentie van dit ras. Binnen de africhtingssport wordt de hond diverse oefeningen geleerd vanaf het volgen aan de lijn, los volgen via het apporteren tot het vooruit sturen.
Wederom is het knap dat een hond af is te richten op dit gebied. In eerste instantie wordt de hond aangeleerd dat deze bij de geleider moet blijven waarna naderhand er oefeningen moeten worden gedaan waarbij de hond juist weg van de geleider moet gaan.
Tijdens het appèlgedeelte wordt er naar gestreefd om een optimale communicatie tussen geleider en hond te krijgen. De hond wordt geleerd dat het interessant en leuk is om bij de geleider te zijn en al zijn/haar aandacht op die persoon te richten ongeacht wat er voor de rest om hun heen gebeurt. Tevens wordt de hond bekend gemaakt met het afvuren van een pistool, door een groep lopen af te liggen terwijl iemand anders dezelfde routine uitvoert.
Er wordt, uiteindelijk, veel van de hond verwacht verdeeld over 10 oefeningen. Toch begint alles met het VZH of te wel Verkeers Zekere Hond. Hierbij moet de hond tonen dat hij niet alleen gehoorzaam op het veld is, maar zeker ook gehoorzaam is in alledaagse situaties. Hierbij wordt ook duidelijk dat men met sociale honden te maken heeft en dat welke vorm van aggressiviteit niet gewenst en niet getolereerd wordt.

Pakwerk:

Pakwerk is het meest spectaculairste onderdeel binnen de africhtingssport. Het is ook het onderdeel waar de meeste, vaak onterechte, vooroordelen over bestaan. Er wordt te vaak beweerd dat dit onderdeel er voor zorgt dat de Duitse Herdershond een "bijtgrage" hond wordt. Ook als men over het "bijtwerk" praat, of te wel het pakwerk binnen de VDH, vormt de leek zelf te snel een verkeerd beeld. Er wordt in het algemeen te gemakkelijk over gedacht, maar pakwerk is in tegenwoordig.
Het is echter zo dat het pakwerk binnen de VDH steeds aan strengere eisen moet voldoen waarbij de hond steeds strakker onder appèl (onder belasting) moet staan. Ook zijn aggresieve honden niet gewenst. Het moet vooral duidelijk zijn dat dit onderdeel als sport gezien moet worden net zoals speuren en appèl. Dit is heel iets anders dan praktijkgericht de hond trainen op bijtwerk. Het kan niet vaak genoeg benadrukt worden dat de hond op een eerlijke manier opgebouwd wordt en dat deze geleerd krijgt op een speciale mouw te bijten en dat er nergens anders gebeten mag worden. Dit in tegenstelling tot de KNPV waarbij de hond op het hele pak mag bijten.
Tijdens het pakwerk wordt tevens de belastbaarheid van de hond getest. De geleider staat tijdens het programma vaak op een grote afstand en de er wordt dus van de hond verwacht dat deze genoeg moed en vechtlust bezit op "het werk" alleen op te knappen. Vooral in de bewakingsfase wordt de belastbaarheid van de hond getest.
De hond wordt opgebouwd beginnend met een jute zak. Van hieruit gaat men over op een bijtrol waarna een jonge hondenmouw de volgende prooi is. Uiteindelijk moet de hond in staat zijn om op een "harde" mouw fatsoenlijk te bijten. Zoals hierboven vermeld wordt geleerd dat de mouw de prooi is en dat de hond daarvoor werkt. Vaak ziet men de hond deze "prooi" dood schuddelen. Dit is hetgeen ook in de natuur gebeurt als een dier een prooi vangt en deze van het leven berooft,
Tijdens het pakwerk moet de hond een volle vaste en harde beet tonen. Hij moet tevens bestand zijn tegen de stem- en stokdreigingen van de pakwerker. Tijdens het gevecht dat de hond levert met deze pakwerker worden er ook stokslagen gegeven. Dit gebeurt met de zg. "softstok" en de slagen worden geplaatst op de beschermde delen van het lichaam van de hond.
Een goed getrainde hond kan heel goed schakelen tijdens het pakwerk. Van het ene moment moet hij kunnen omschakelen van de drift die er is tijdens het bijten tot een goed onder appèl staande hond. Ook is het perfect mogelijk om direkt na het pakwerk met de hond tussen de mensen te lopen zonder dat de hond aggressief gedrag toont. Duidelijk mag zijn dat men niet bezig is om van de Duitse Herder die we allemaal graag zien werken een aggresieve hond te maken met de kans om op de lijst van bijtgrage honden te komen. Men is met sport bezig en ook hte pakwerk moet, net zoals het speuren en appèl, als sport gezien worden en totaal niet als praktij gericht beschouwen.
Voor het oefenen met de hond in het pakwerk geldt hetzelfde als bij speuren en appèl. Er zijn vele wegen naar Rome, maar het uiteindelijke resultaat moet te allen tijden binnen het VH-programma passen en aggresieve honden zijn niet gewenst.  

         

 De Duitse Herdershond

De Duitse herder is een herdershond die - zoals de naam al doet vermoeden - van oorsprong uit Duitsland komt. Het is een echte gebruikshond voor diverse doeleinden en door een goed fokbeleid en een juiste selectie kon de Duitse Herder worden tot wat hij nu is: een uitgesproken werkhond met een enorme binding aan zijn gezin, waardoor hij ook prima als huishond kan worden gehouden. 

Dit is een van de bekendste rassen van de wereld. De eerste honden stammen af van dieren die gebruikt werden om schaapskudden te beschermen tegen wolven. De Bronshonden (dan moeten we 20.000 jaar de oudheid in) waren eigenlijk te klein voor deze taak en werden daarom gekruist met de wolf. Naderhand bleken deze dieren te groot en uit de kleinere nakomelingen ontstonden uiteindelijk deze herdershonden. De duiste ritmeester Van Stephanitz heeft veel invloed gehad op de huidige Duitse herder. Hij verbeterde het karakter en uiterlijk van dit ras. In 1891 werd de standaard opgesteld voor dit ras.
    
Gebruik:
Werkhond.

Activiteit:
Vereist zeer veel lichaamsbeweging. Gehoorzaamheidsoefeningen zijn gewenst. Niet alleen om het dier goed in de hand te houden, maar ook om hem mentaal aan het werk te houden. De hond moet iets te doen hebben, omdat verveling snel omslaat in ongewenst gedrag.
 
Verschijning:
Algemeen: De Duitse Herdershond oogt harmonieus. Vrij lang lichaam, sterke botten en goed gespierd. Diepe niet te brede borst met licht gewelfde ribben. De rug loopt naar het kruis toe licht af. Benen zijn niet te lang. Middelmatig lange hals zonder keelhuid.
Kleur: Eenkleurig zwart, ijzergrauw, of deze kleuren met bruine tot grauwwitte aftekeningen, wolfskleur.
Hoofd en schedel: Hoofd is in harmonie met de grootte van de hond. Het is lang, droog en goed gesneden. Van achteren is de schedel breed, smaller wordend naar de neus toe met slechts een lichte stop tussen de ogen. Diepe voorsnuit, snuit krachtig en lang. Amandelvormige ogen en liefst donker van kleur. Grote en staande oren. Schaargebit.
Staart: Reikend tot aan het spronggewricht. In rust hangt de staart met een bocht omlaag, onder spanning hoger gedragen, echter nooit hoger dan de ruglijn gedragen.
Voeten: Kort en rond.
Beharing: Dicht, recht, hard, stokharig en goed aanliggend.
De schofthoogte varieert bij reuen van 60 tot 65 centimeter en bij teefjes van 55 tot 60 centimeter. Het gewicht ligt tussen de 30 en 45 kilogram. De vacht heeft niet veel verzorging nodig. Af en toe een lichte borstelbeurt, met name tijdens de rui,  is meestal afdoende.
 
 
Aard:

De Duitse herder is een zeer leergierige, gehoorzame en intelligente hond. Hij is sociaal, vriendelijk, attent, maar ook temperamentvol, waaks en beschermend, moedig en trouw aan zijn baas en diens gezin. Hij heeft slechts één baas en zal zich ernaar gedragen.

Intelligent
Moedig
Opmerkzaam
Waakzaam
Trouw
Scherp
Toegewijd aan de baas

De Duitse herder wordt vaak gebruikt als blindengeleidehond,  speurhond, waakhond en politiehond. Omdat de Duitse herders zo leergierig en gehoorzaam zijn, zijn ze ook voor de trainer tijdens de training een plezier om mee te werken. De Duitse herder kan, mits hij goed gesocialiseerd is, prima overweg met soortgenoten, andere dieren en kinderen. Hij is trouw en vertoont geen neiging tot weglopen.

Herdershonden zijn gefokt om nauw met hun baas samen te werken. Ze zijn niet noodzakelijkerwijs intelligenter dan andere rassen, maar wel bijzonder goed opvoedbaar. De nauwe band met de baas maakt de herdershond tot een aantrekkelijke huishond. Maar er moet wel rekening mee gehouden worden dat sommige rassen wat scherp kunnen zijn en dat herdershonden niet altijd zijn ingesteld op het leven met kinderen of andere honden. Verder zullen juist de beste werkende rassen zich als huishond al snel vervelen, onrustig worden en hun eigen (ongewenste) bezigheden gaan zoeken.